De discussie over dubbele of meervoudige nationaliteit houdt de Surinaamse samenleving al geruime tijd bezig. Voorstanders van het huidige systeem menen dat een burger slechts één nationaliteit behoort te hebben: óf de Surinaamse óf een andere. Daartegenover staat de opvatting dat het bezitten van meerdere nationaliteiten geen bedreiging vormt, maar juist kansen biedt voor zowel individu als samenleving. In dit debat staat vooral de positie van Surinamers in de diaspora centraal.
Wat vaak onderbelicht blijft, zijn de verstrekkende gevolgen van het automatisch verlies van de Surinaamse nationaliteit wanneer een Surinamer een andere nationaliteit verkrijgt. De Surinaamse nationaliteitswet bepaalt immers dat een Surinamer van rechtswege zijn nationaliteit verliest bij naturalisatie in een ander land. De fundamentele vraag is of deze regeling werkelijk in het belang van Suriname is.
Een klein land kan zich geen verlies van burgers permitteren
Suriname telt minder dan een miljoen inwoners en behoort daarmee tot de landen met een relatief kleine bevolking. Juist voor dergelijke staten is het behouden van de band met hun burgers van groot belang. Een wettelijke regeling die ertoe leidt dat grote aantallen Surinamers formeel hun nationaliteit verliezen, werkt op lange termijn nadelig voor de nationale ontwikkeling.
Nationaliteit is immers meer dan een juridisch begrip; zij weerspiegelt verbondenheid, loyaliteit en betrokkenheid bij het vaderland. Wanneer Surinamers automatisch hun nationaliteit verliezen door emigratie of naturalisatie elders, verliest Suriname niet alleen formeel zijn burgers, maar ook een deel van zijn menselijk, sociaal en economisch kapitaal.
Grote landen zoals India, Brazilië en China kunnen het zich wellicht veroorloven dat burgers elders nieuwe nationaliteiten verwerven. Toch zien wij dat zelfs deze landen actief proberen de band met hun diaspora te behouden en te versterken. Voor Suriname, met zijn beperkte bevolkingsomvang, is dat belang nog vele malen groter.
De Surinaamse diaspora als nationale kracht
Sinds de onafhankelijkheid van 25 november 1975 hebben duizenden Surinamers hun Surinaamse nationaliteit verloren nadat zij een andere nationaliteit aannamen, veelal de Nederlandse. Als de wet destijds had toegestaan dat Surinamers hun oorspronkelijke nationaliteit behielden, zou het aantal personen met de Surinaamse nationaliteit vandaag mogelijk aanzienlijk groter zijn geweest.
Tegenwoordig leeft een groot deel van de Surinaamse gemeenschap buiten de landsgrenzen. Het aantal personen van Surinaamse afkomst in het buitenland benadert inmiddels het aantal inwoners in Suriname zelf. Dit maakt de diaspora tot een factor van betekenis, zowel economisch als cultureel.
De vraag is daarom niet of Suriname zich dubbele nationaliteit kan permitteren, maar eerder of het land zich het verlies van deze band kan veroorloven.
Internationale ontwikkelingen
Bij de totstandkoming van de Surinaamse nationaliteitswet in 1975 en de Toescheidingsovereenkomst tussen Suriname en Nederland bestond internationaal brede consensus om meervoudige nationaliteit zoveel mogelijk te beperken. Het Verdrag van Straatsburg van 1963 vormde hiervan een belangrijk voorbeeld.
Sindsdien is de wereld echter ingrijpend veranderd. Internationale migratie nam sterk toe, mede door economische verschillen tussen landen en de groeiende mobiliteit van mensen. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat het fenomeen van dubbele nationaliteit internationaal steeds meer werd aanvaard.
Met aanvullende protocollen bij het Verdrag van Straatsburg werd ruimte gecreëerd voor erkenning van meervoudige nationaliteit. Tegenwoordig accepteren tal van landen dit beginsel, waaronder Turkije, Marokko, Iran, Italië, Frankrijk en Griekenland. Zelfs Nederland kent onder bepaalde omstandigheden dubbele nationaliteit toe.
Internationaal gezien is dubbele nationaliteit daarom allang geen uitzonderlijk verschijnsel meer, maar een geaccepteerde realiteit.
Noodzaak tot wijziging van de Surinaamse nationaliteitswet
Uit migratiegegevens blijkt dat Suriname al jarenlang te maken heeft met een vertrekoverschot. Meer mensen verlaten het land dan zich er vestigen. Daarbij speelt ook de zogenoemde brain drain: studenten die in het buitenland studeren en niet terugkeren, professionals die elders betere kansen vinden, en gezinnen die zich duurzaam buiten Suriname vestigen.
Deze ontwikkeling zal naar verwachting niet afnemen. Juist daarom is het noodzakelijk dat Suriname nadenkt over een modernisering van de nationaliteitswetgeving.
Een mogelijke oplossing is om wettelijk vast te leggen dat Surinamers hun nationaliteit in geen enkel geval verliezen door het verkrijgen van een vreemde nationaliteit. Daarmee blijft de juridische en emotionele band met Suriname behouden.
Daarnaast verdient ook de positie aandacht van Surinamers die hun nationaliteit in het verleden al verloren. Voor deze groep zou een regeling kunnen worden getroffen waardoor zij van rechtswege opnieuw de Surinaamse nationaliteit verkrijgen, zonder hun huidige nationaliteit te hoeven opgeven. Verschillende landen, waaronder Pakistan, hebben met vergelijkbare regelingen hun band met voormalige staatsburgers weten te herstellen en versterken.
Tegen het ontstaan van een ‘wij-zij’-maatschappij
Het huidige systeem heeft niet alleen juridische, maar ook sociale gevolgen. Wanneer Surinamers die elders een nationaliteit aannemen hun Surinaamse nationaliteit verliezen, ontstaat gemakkelijk een scheiding tussen ‘Surinamers hier’ en ‘Surinamers daar’.
Een dergelijke kunstmatige tweedeling voedt een ‘wij-zij’-gevoel dat samenwerking, wederzijds begrip en nationale eenheid niet ten goede komt. Mensen van Surinaamse afkomst die hun nationaliteit verloren, blijven zich vaak verbonden voelen met Suriname en leveren geregeld een bijdrage aan familie, economie en samenleving.
Een beleid dat hen uitsluit in plaats van verbindt, doet geen recht aan deze realiteit.
Tot besluit
Voor een klein land als Suriname biedt dubbele of meervoudige nationaliteit eerder kansen dan risico’s. Internationale ontwikkelingen tonen aan dat het erkennen van dubbele nationaliteit inmiddels breed geaccepteerd is en niet in strijd is met internationaal aanvaarde beginselen.
Door de nationaliteitswetgeving te moderniseren kan Suriname de band met zijn diaspora behouden, het nationaal potentieel vergroten en voorkomen dat het land steeds verder vervreemdt van een belangrijk deel van zijn eigen gemeenschap.
Wijziging van de Surinaamse nationaliteitswetgeving is daarom niet slechts een juridische kwestie, maar een keuze die raakt aan nationaal belang, verbondenheid en toekomstvisie.